De nieuwste smaak in de power balletjes-familie: carob. De meeste mensen die op de markt in Almere zo’n balletje proeven, zeggen eerst “lekker, chocolade” — en kijken dan verbaasd als ik vertel dat de basis geen cacao is, maar carob. Mijn truc: twee delen carob, één deel cacao. Dit is het recept zoals ik ze zelf maak.
Wat is carob eigenlijk?
Carob (johannesbrood) komt van de peulen van de carobboom, die rond de Middellandse Zee groeit — in Turkije, waar mijn familie vandaan komt, heet het keçiboynuzu en eten we het al generaties. De peulen worden gedroogd, geroosterd en gemalen tot een poeder dat verrassend veel op cacao lijkt, met twee grote verschillen: carob is van nature zoet, en het bevat van zichzelf geen cafeïne of theobromine. In deze balletjes combineer ik het met een klein beetje cacaopoeder (2:1) — zo krijg je de volle, diepe smaak van chocolade, met veel minder cafeïne dan pure chocolade.
Waarom dit balletje werkt
Omdat carob zelf al zoet is, hebben deze balletjes weinig anders nodig: dadels en rozijnen doen de rest van het zoetwerk, pindakaas maakt ze smeuïg en havermout geeft ze bite. Geen geraffineerde suiker — alleen carob met een vleugje cacao voor die diepe, donkere smaak.

Twee dingen die het verschil maken
Eén: maal de havermout niet te fijn — 20 seconden is genoeg. Je wilt grof meel met wat structuur, geen poeder. Twee: controleer de massa voor het rollen. Knijp een beetje samen tussen je vingers: valt het uit elkaar, dan zijn 1-2 extra dadels genoeg om het te redden.
Allergenen
Deze balletjes bevatten pinda’s en haver. Ik maak ze met glutenvrije havermout, maar ze worden gemaakt zonder glutenbevattende ingrediënten in een keuken waar ook brood wordt verwerkt — er kunnen dus glutensporen in zitten door omgevingscontact. Niet aanbevolen voor mensen met coeliakie of ernstige glutenallergie.
Liever kant-en-klaar?
Elke zaterdag liggen de power balletjes vers op de markt in Almere (Stadhuisplein), en je bestelt ze in de webshop per 4 of 10 stuks: bekijk de Power Balletjes. Vragen over het recept? Stel ze op Instagram @adabakesnl — ik lees alles zelf.